Aanloop naar het feest der feesten (7)

15 maart 2018 - Castricum, Nederland

São Paulo blijkt de poort naar het voetbal in Brazilië te zijn. Dat constateer ik in een boekwinkel, waar een rijtje voetbalboeken staat. Helaas allemaal in het Portugees, taal die ik niet machtig ben. Ik steek mijn neus erin en herken soms woorden die op Engelse of Spaanse lijken.

Het begint allemaal in 1894 in São Paulo. HC&FC Victoria is net uit de wieg als Charles Miller, zoon van een Schotse spoorwegtechnicus, terugkeert van een studie in Engeland. Hij brengt een bijzonder attribuut mee, een voetbal, en introduceert spelregels. De kiem is gelegd voor wat de populairste sport van Brazilië zou worden. Traditionele clubjes verspillen geen tijd om de sport breder onder de aandacht te brengen, vooral in fabrieken. De geschiedenis leert dat de eerste wedstrijd in São Paulo op 14 april 1895 is gespeeld tussen Britse medewerkers van een gasbedrijf en die van een spoorwegmaatschappij.

São Paulo is het middelpunt van het Braziliaanse voetbal. Tussen 1971 en 2012 winnen vier clubs uit die stad bijna de helft van de landstitels. De oudste vereniging is Ponte Preta uit 1900, hetzelfde geboortejaar als dat van Ajax Amsterdam. In 1912 verschijnt Santos ten tonele, pas groot geworden in de jaren 1950. Fenomeen Pelé dient zich in die jaren in Vila Belmiro aan. Met de beste speler aller tijden in zijn midden verzamelt Santos een equipe, waarin Gilmar, Coutinho, Pepe en diverse andere spelers flonkeren. De supersterren worden in 1962 en 1963 wereldkampioen. Later levert de club toppers als Robinho en Neymar op.

Er is slechts één iemand in de wereld die zegt dat Pelé niet de grootste goalgetter in Santos’ geschiedenis is. Voormalig linksbuiten Pepe. Met meer dan vierhonderd doelpunten in het shirt van Vila Belmiro op zijn naam is José Macia - de ware naam van Pepe - op één na beste doelpuntenmaker van de club. Zijn stelling luidt: “Pelé telt niet mee, dat was geen gewone speler. Hij was van een andere planeet”.

Pepe houdt ervan om zijn voetbalvrienden bijnamen te geven. Rechtsbuiten Dorval bijvoorbeeld wordt Macalé en ook Pelé ontsnapt er niet aan. “Hij stond tijdens de warming-up altijd in het doel. Daarom noemden we hem Julião, naar de keeper van Noroeste toentertijd”.

José Macia beschikt over een machtig linkerbeen. Wanneer hij uithaalt, kan de bal een snelheid van meer dan 120 kilometer per uur bereiken. Zijn bijnaam luidt ‘Canhão da Vila’, kanon uit het dorp. Pepe wordt voor de WK’s van 1958 en 1962 geselecteerd, maar speelt door blessures geen enkele wedstrijd. Aan zijn tijd bij Santos bewaart hij de mooiste herinneringen. Over een wedstrijd in Parijs weet hij nog een voorval. 

“Dorval danst in een nachtclub met een vrouw. Als de muziek stopt, gaat deze dame naar het herentoilet. Wij lachen Dorval hartelijk uit omdat hij bij de neus is genomen”. Waarop hij prompt reageert: “Dan staan we quitte. Zíj denkt namelijk dat ik Pelé ben”. En het kanon lacht zich krom. 

Vervolgens verbouwen de Santosspelers ‘Moulin Rouge’ tot één grote partytent. Als zij eruit worden gezet, begeven ze zich naar het Lido. ‘Futjebal’ en feesten, waar ter wereld ook onverbrekelijk met elkaar verbonden.

(wordt vervolgd, onderweg naar oktober 2018)