(100) SAM69+, over honderd dagen schrijfzaamheid

26 maart 2015 - Castricum, Nederland

Donderdag 26 maart 2015

Uit-zonder-lijk

De graadmeter voor mijn laatste honderd dagen ‘militaire dienst’ hing aan mijn kastdeur. Meetlint van een meter. Elke dag knip ik, als andere ouwe stomp, ouwe hap – hoe heet dat ook weer –, een centimeter weg. Iedere dag één, centimeter voor centimeter. Die werkwijze verloopt uitzonderlijk traag, dat wil je niet weten. ‘Honderd jaar eenzaamheid’ verwerken verloopt sneller. Gabriel Garcia Marquez’ roman lees je in één adem uit.

Militarisme en honderd dagen lijken kennelijk met elkaar verbonden. Neem bijvoorbeeld Napoleons laatste veldtocht van 1815. ‘Honderd dagen’ (‘Cent-Jours’ in het Frans) bestrijkt de periode vanaf zijn ontsnapping van Elba en terugkeer naar Frankrijk tot zijn nederlaag in de Slag bij Waterloo en zijn aftreden als keizer. Of neem het laatste geallieerde offensief tegen Duitsland op het westelijke front in de Eerste Wereldoorlog. Dat staat bekend als ‘Honderddagenoffensief’.

Vinden wij 100 zo bijzonder? Getallen als 100, 1000 en 1000000 schrijven wij meestal op in letters: honderd, duizend, miljoen. Al is het maar omdat het aantal nullen lastig valt te tellen, zeker wanneer een telraam van twee handen nodig is. Lezen gebeurt niet op een telraam, wel in letters, woorden, zinnen. Een kwartaal geleden besluit ik om elke dag een tekst van ongeveer vijfhonderd woorden in letters en zinnen te produceren. Als vingeroefening voor het schrijven, in disciplinaire vorm, op advies van Hugo Claus via Anna Enquist aan mijzelf opgelegd. Van wat u nu leest, een dagelijkse ‘column’, bij voorkeur over reizen of aanverwant, heeft u nummer honderd van SAM69+ voor u. Bijzonder? Dat denken beurshandelaren, oude mensen en kopers van staatsloten ook over honderd.

Oude mensen hebben een beetje gelijk. Een honderdste verjaardag is een uitzonderlijk feit, even uitzonderlijk als de 99ste of honderdeneerste verjaardag. Die worden alle uitzonderlijk gevierd. Ik noem zo’n feestje cru gezegd, goed bedoeld ‘uit zonder lijk’. Grote getallen komen in de literatuur overigens weinig voor. ‘Vijftig Tinten Grijs’ is te min. Schrijver Jonas Jonasson is met ‘De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween’ beter op weg. Zijn boek handelt over Allan, die honderd wordt, wat in zijn bejaardenhuis tot een grootse viering leidt. Uit-zonder-lijk, want het ‘slachtoffer’ krijgt het op zijn heupen en smeert hem. Op hoogbejaarde leeftijd schuwt hij het avontuur niet. De tijd die hem nog rest, kan hij beter besteden. Hij klautert op zijn oude dag kwiek het raam uit en verdwijnt met de noorderzon. Allan stapt in een ‘roadtrip’. Pers en burgemeester hebben het nakijken.

Ik heb Jonassons boek niet gelezen, wel in de boekhandel gezien. Flapteksten lees ik vaak, waardoor ik in dit geval weet dat memorabele momenten uit het leven van uitzonderlijke Allan in de twintigste eeuw de revue passeren. Dus besluit ik vandaag uit het raam te kijken, maar wel binnen te blijven. In de eerste plaats bevind ik mij op zolder, in de tweede plaats wil ik vastbesloten op roadtrip naar 101. Morgen een nieuw verhaal, uit ‘Honderd-en-één nacht’. Pers en vooral burgemeester houd ik verre van mij!

 

Maak je reisblog advertentievrij
Ontdek de voordelen van Reislogger Plus.
reislogger.nl/upgrade

1 Reactie

  1. Marijke:
    26 maart 2015
    Een honderdcolumnsfeestje mag je best vieren in bescheiden of zo je wilt in onbescheiden vorm: proost! Mijn proost! is voorzien van respect voor het consequent volhouden van je voornemen. En voor de grote variatie in onderwerpen, die je spelend met woordgebruik in ludieke zinnen weet te brengen. Proost!