(104) SAM69+, over het beste orkest ter wereld

30 maart 2015 - Amsterdam, Nederland

Maandag 30 maart 2015

Hoop wanhoop

In de jaren 1950 kleeft mijn oor aan de transistorradio. Op de Olympiaweg, steenworp van het Olympisch Stadion. Legendarische Han Hollander is de  eerste sportverslaggever in de ether. Hij is de stem voor mijn vader, die bij het klassieke Holland-België het stadion ook wel binnenglipt (muziekschoolvoorbeeld voor mij). Ik groei groter met radioklassiekers als Leo Pagano, die andante onze ‘Oranje Leeuwen’ tegen zuiderbuur ‘Rode Duivels’ symfoniëert. Dick van Rijns Sport-revue-panorama trompettert mij jarenlang de stand van voetbalzaken. Mijn muzikale opvoeding behelst ‘Hup Holland Hup’ van Jan de Cler uit de Lairessestraat, vlakbij het Concertgebouw. Tijdens de rust en na afloop van Holland-België tenoort hij zijn wedstrijdverslag in de microfoon.

Eenmaal uit het ouderlijk huis word ik – in huwelijkse staat – enkele keren meegesleurd naar de klassieke muziektempel aan het Concertgebouwplein. Tegen mijn wil, voor de goede orde. Het baat niet. Radio en huwelijk raken uit, voetbal raakt op tv.

Tientallen jaren later. Ik ontvang verdiepingsmelodieën van Trouw, cd met mooiste werken van beste orkest ter wereld. Die titel heeft ‘Oranje’ nog nooit behaald. Ik zie op televisie ‘Leeuwen’ als welpjes blokfluit spelen tegen Turkse ‘Maansterren’ (Ay-Yildizlilar). De bijnaam voor het ensemble uit Turkije is afgeleid van witte maan en ster in rode vlag. Onze ‘baritons’ vertolken in Arena-orkestbak klassieke composities met zweepslagen, gedirigeerd door Guus ‘Flater’ Hiddink. Het oranjelied klinkt in mineur, probleem dat ik ook beleef als ik de cd volg. Hoogte- en dieptepunten. Cillessen, Depay, Afellay, Stuntelaar in voetbaltaal, Dvořák, Brahms, Mahler en Stravinsky op muzikale schaal.

In symfonie ‘Uit de nieuwe wereld’ verwerkt Antonin Dvořák ritmes uit volksmuziek van het hem onbekende Amerika.  In ‘Largo’ beluister ik de enorme heimwee die de componist naar zijn geboorteland Tsjechië heeft. Niet vreemd, want Tsjechië staat vooralsnog verbluffend bovenaan in de poule met Oranje en Maansterren. Zelfs IJsland wringt zich daar onderkoeld tussen.

Het Duitse requiem van Johannes Brahms biedt troost. Groot koor, orkest, twee solisten, nog altijd bijzonder populair. Alsof de ‘Nationalelf’, de ‘Mannschaft’ de eerste viool speelt. Troostend een snaar geraakt, want de ‘Adelaars’ hebben het met kwalificatie ook moeilijk. ‘Selig sind, die da Leid tragen’, ‘Den alles Fleisch es ist wie Gras’ und ‘Ihr habt nur Traurigkeit’.

Weinig muziek bevat zoveel vreugde en tragedie als Gustav Mahlers tweede symfonie over twijfel en geloof. Ultieme muziek van eeuwig verlangen, echo van smacht naar wereldtitel onder voetbaltribunefans. Niet feierlich of schlicht, noch andante moderato. Evenmin ‘Im Tempo des Scherzo’ of ‘In ruhig fliessender Bewegung’.

Tempo en beweging op de groene arenamat schertsen tot wanhoop.

Nee, dan Igor Stravinsky. Hij weet hoe hij met een melodie kan betoveren. In de taal van de Franse ‘Haantjes’ breekt hij door met ‘L’oiseau de feu’, de vuurvogel. Betere bijnaam voor Oranje-elf, want gedurfder harmonieus, dan ‘leeuwtjes zonder manen’. Kleur en kracht zijn voor Hol-land hoogste noodzaak om zich voor het EK van volgend jaar in Frankrijk te plaatsen. Stravinsky heeft met zijn ‘Le sacre du printemps’ al de top in de klassieke (muziek)historie veroverd. Nu ‘Oranje’ nog!

 

1 Reactie

  1. Marijke:
    30 maart 2015
    Top! Klassieke fragmenten o.l.v. Mariss Jansons (een Guus Hiddink antipool?) relateren aan Oranje, hoe kom je erop.
    Johannes Brahms 'Ein Deutsches Requiem' zou zomaar 'Ein Holländisches Oranje Requiem' kunnen worden....mwhahhhh.