(225) SAM69+, over Hofje van Oorschot voor de boeg

29 juli 2015 - Haarlem, Nederland

Woensdag 29 juli 2015

Eva’s dubbelgangster

Drie keer is Haarlem tot ‘beste winkelstad van Nederland’ uitgeroepen. Als fietsvriendin E. oppert om die stad met mij te bezoeken, gaat het ons om de monumentale binnenstad en de sfeer van de Gouden Eeuw. Met ‘Monopoly’ dobbelden we vaak langs Barteljoris- en Grote Houtstraat, de Zijlstraat oogt statig door zijn prachtige monumentale panden, die wij in levende lijve gaan bewonderen.

We starten per benenwagen bij het aloude NS-station. E. arriveert uit hoofdstedelijke, ik uit noordelijke richting. Trefpunt is de ‘Wachtkamer Eerste Klas’, derde klas spreekt ons minder aan. Frisse wind en regenvlagen flaneren langs. E. draagt naast rugzak ook een knalrode paraplu, die ik - tot grote vreugde - af en toe mag vasthouden. Het scherm valt op elke markt op, van Grote tot Riviervis-, Boter- en Turfmarkt.

Onder het koepeldak van het 19e-eeuws station binnen een 17e-eeuwse stadsomwalling staan we beschermd. Grondlegger Margadant vervangt in het begin van de 20-ste eeuw het oorspronkelijke stationsgebouw door een nieuw gebouw aan de nu hooggelegen spoorlijn. Haarlem bezit het enige station in Nederland in ‘Art Nouveau’- of ‘Jugendstil’-stijl. We passeren wachtkamers, restauratie en bibliotheek op het eilandperron. Tegeltableaus trekken als ‘Portugese azulejos’  onze aandacht. Eenmaal op het Stationsplein constateren we dat het markante bouwwerk uit twee verschillende in- en uitgangsgebouwen bestaat. Vervolgens gaan we voor een kop koffie, eentje met en eentje zonder cacaopoeder.

Ik wijs E. de gigantische fietsenstalling onder het busstation en attendeer haar op het meer dan levensgrote beeld van Kenau Simonsdochter Hasselaar en heer Ripperda. We cruisen via Kruisweg over Kruisbrug naar Kruisstraat. Huisnummer 44 opent zijn toegangspoort naar ‘Hofje van Oorschot’ uit 1769. Het is aangelegd uit de nalatenschap van de Amsterdamse koopman Wouterus van Oorschot (1704-1768), die twintigduizend gulden naliet. Als de ‘Staten van Holland’ een zelfde bedrag bijleggen, kan het hofje worden gerealiseerd, hoewel dat wat voeten in de aarde had. Aan de overkant wonen twee rijke stadsbestuurders, die zich ermee bemoeien. Zij eisen een mooie tuin met hek in rococostijl, want hun huizen zijn in die stijl. Het hofje moet ‘sieraad voor de stad’ worden.

Het pareltje in het centrum is gekomen, van origine voor arme vrouwen van vijftig plus, lid van de hervormde gemeente. E. voldoet voor de helft, ik aan geen van beide criteria. Geen van ons tweeën wil er wonen, hoe verzorgd binnentuin en bloemen voor de woninkjes er ook uitzien. We houden stil bij het bronzen beeld van Eva, dat ruim veertig jaar de tuin overziet. Ontworpen door beeldhouwer Johan Limpers staat het twintig jaar in het Kenaupark, maar verhuist vanwege vernielingen naar het Frans Halsmuseum. Na restauratie krijgt het een plek in Hofje van Oorschot, tot het wordt gestolen. Limpers’ weduwe heeft nog een model in haar bezit, dus kan een Eva-replica worden gemaakt, die onaangetast in het hofje model staat. Ik kijk er langer naar dan E., die als schot voor de wandelboeg de kleurrijke bloemen bewonderd om mij naar de Grote Markt te sporen.

(wordt vervolgd)

Foto’s

2 Reacties

  1. Tineke:
    29 juli 2015
    Hoi Peter, Daar leer je me weer wat. In mijn jonge jaren toch vaak op station Haarlem geweest en nu geen idee dat er zulke mooie Jugendstil tegel tableaus zijn. Ach, toen vond ik die stijl mooi, maar had nog geen benul dat het Jugendstil was. Leuke foto's.
  2. Marijke:
    30 juli 2015
    Het tweede Haarlemdeel hiervoor gelezen en nu net dit eerste deel. In St Maartensvlotbrug doet wifi het niet aldoor, vandaar. Nu weer ff bereik en mèt jou en Erna vertoefde ik in gedachten in de Haarlemse stationshal en in het hofje. Mooie stad, Haarlem. Mooier nog wanneer je per trein arriveert, want H'lem is een antiautostad geworden, althans vergeleken bij dat vroeger, toen Cees en ik nog in de Duvenvoordestraat woonden en heel veel wegen aldaar nog tweerichtingverkeer kenden en men in alle rust het autootje overal kon parkeren. Wat wij toen prettig vonden. Het autoluwe van nu is uiteraard nog prettiger, mits men treint of bust. En jullie doen dat!