(26) SAM69, over sprinters en Serengeti-vlakten

11 januari 2015 - Serengeti National Park, Tanzania

Zondag 11 januari 2015

Luipaard op schoot

Reisbureaus bombarderen mijn mailbox, postbodes sjouwen een bulk reisgidsen in het rond. Arke, Baobab, Corendon, Djoser, Ebookers, Fox, de een gaat nog verder dan de ander. Verre reizen spit ik van A tot Z door, van Aruba tot Zambia. Gaat Samuel naar Samoa, Serengeti of Sri Lanka? Laatst spoorde ik aan het dierenpark in Amersfoort voorbij. In 1960 stapte ik die zoo binnen, in het jaar van de Olympische Spelen in Rome. Sprinter Armin Hary rent honderd meter in precies tien seconden. Zijn vrouwelijke collega, gazelle Wilma Rudolph, wint ook goud op de sprint. Beiden bewegen zich als cheetahs. Uit de dierentuin zie ik twee cheetahs – jachtluipaarden - nog op mijn netvlies. Vanuit een grote kooi staren twee gespierde lijven naar mij. Jachtluipaarden spreken tot de verbeelding. Ze zijn snel als een sportwagen. Ik maak een sprintje aan de voor mij goede kant langs het hekwerk van de kooi. Ik, Armin Hary en Wilma Rudolph tegelijk, al ben ik geen gazelle. Ik herinner mij Luipaard op schoot, een televisieprogramma met beelden van de Serengeti-vlakten, geschoten door het echtpaar Armand en Michaela Denis. Afrika en jachtluipaarden.

Mondiaal staat het jachtluipaard er slecht voor. Hun aantal neemt af, zij worden steeds zeldzamer. De elegante Aziatische cheetah, die hoge ogen gooide aan de hoven van India, Perzië en Arabië, staat op uitsterven. In de vorige eeuw daalde het aantal Afrikaanse met ruim negentig procent. Wereldwijd is de daling scherp, van honderdduizend in 1900 naar nog geen tienduizend nu. Overleven zit de soort echter in het bloed. In uitgestrekte Afrikaanse wildparken vechten zij voor hun voortbestaan. Leeuwen, sterker en met veel meer, brengen de schuwe, ranke dieren – de enige grote katten die niet brullen – steeds verder in het nauw. In het Serengeti National Park in Tanzania en in het aangrenzende Masai Mara National Reserve in Kenia leven naar schatting ruim drieduizend leeuwen, duizend luipaarden en een schamele driehonderd cheetah’s.

De lichaamsbouw van een cheetah is volledig op snelheid gericht. Cheetahnagels doen denken aan de spikes van een sprinter. Zij zorgen voor een goede grip bij een achtervolging. Zet een jachtluipaard en een Ferrari naast elkaar voor een flitsende spurt, en zij zullen sterk aan elkaar gewaagd blijken. Beide gaan binnen drie seconden van nul naar honderd kilometer per uur. In zijn eerste passen zit de cheetah al op zeventig kilometer per uur. En wát voor passen. Hij schiet vooruit met sprongen tot zeven à acht meter. Op topsnelheid maakt hij vier van dat soort sprongen per seconde. Op de zinderende grasvlakten van de Serengeti kunnen jachtluipaarden uitstekend uit de voeten. Ik denk er sterk aan om de prachtige dieren eens in het echt te gaan bekijken. In Amersfoort zullen ze vermoedelijk niet meer zijn. Ik kan ook naar de dierentuin van Cincinnatti gaan, waar een cheetah de honderd meter in 7,19 seconde aflegde. De snelste cheetah ooit geklokt deed er slechts 5,95 tellen over. En dan bedenk ik: het huidige wereldrecord van Usain Bolt staat op 9,58.