(273) SAM69+, over ‘Land sonder grense’

15 september 2015 - Cape Town, Zuid-Afrika

Dinsdag 15 september 2015

Lus vir meer

Opnieuw een dag met minder weer. Grijze lucht, harde wind en zelfs onweergedonder. Van de top van onze guest-house-villa, drie hoog, hebben we panoramisch uitzicht. Het oogt zonder zon niet vrolijk, de Tafelberg toont z’n contouren achter mistflarden. De computer zegt ‘Nee’ op de vraag of de cabine naar boven gaat. Dus begeven wij ons evenmin naar het V&A Waterfront om een ruw boottochtje naar Robben-eiland te maken. Er zijn Cape Town-bewoners die daar ook nog nooit zijn geweest. Het is een goede reden om nog eens in de West Kaap terug te keren.

Wij vinden het niettemin geweldig om voor het eerst in Zuid-Afrika te zijn en om het Afrikaans om ons heen te horen. Ik schiet bij het nauwkeurig beluisteren van de taal automatisch in de lach, in de goede zin. Om het in Afrikaans te se: “Ek moe my tande uitpak”. 

Je kunt je natuurlijk ook een hoedje lachen als je ladderzat bent. Niet dat mij (ons) dat is overkomen, maar de Afrikaan drukt zich zeer plastisch uit. Ladderzat benoemt hij/zij als ’n baie slap kruis he’. Dat fraaie woordgebruik geldt ook voor ‘lol maken’, wat bij onze conversaties met deze en geen om de hoek komt kijken: lol maken is broeknatmakery. Wil je het mooier hebben, op vakantie en slechts een paar (onder)broeken mee!

Afrikaners hanteren geweldige gezegdes. Ik noem een aantal:

‘Kaal trou met nakend’ (= De lamme helpt de blinde)

‘Dit gaan bokant sy vuurmaakplek’ (= Boven zijn petje gaan)

‘Is nie alles evangelie nie’ (= Met ’n korreltje zout)

‘Dis warm patat!’ (= ’n Heet hangijzer)

‘Hy het viervoet vasgesteek’ (= De hakken in het zand zetten)

‘Hy het op sy sitvlak deurgeskuur’ (= Met de hakken over de sloot)

‘Die bal skop voor die fluitje geblaas het’ (= Voorhuwelijkse seks)

‘Dis net die oortjies van die seekoei’  (= Het topje van de ijsberg)

‘Jy het die skerpste potlood in die sakkie’ (= De slimste van de klas)

Een echte Zuid-Afrikaanse versnapering is vlees dat kort in grof zout wordt gelegd, door appelazijn met worchester-saus gehaald en ingewreven met kruidenmengsel. Maar het is altijd een dun uit de bil gesneden tongvormig stuk vlees. Vandaar de naam, die wij onderweg ook dikwijls aangekondigd zien: biltong. Met betrekking tot eten en drinken zijn er vele goed vertaalde begrippen. Neem die lekkergoedmaker voor banketbakker, of kroegskommelaar voor barkeeper. Beschuit is kraakbrood, waar bandietrol boerenworst betekent. Mocht je aan de buikloop raken, heet het‘hy het maagloop’ of ‘hy is in die Jan Dun’. Cake heet trouwens sponskoek, zoals een champagne-ontbijt met ‘ons kry ’n vonkelwynbrekfis’ wordt aangeduid.

Afrika ervaren wij inderdaad als een ‘Land sonder grense’. We drinken er menig glaasje op, al was het maar omdat Erna ‘onlangs ’n brose 61 jaar oud geword het’.

‘Die wyn wat die wereld laat regop sit het’, heeft onze smaak te pakken. ‘Daarom is ons altyd lus vir meer. Als lusmakertjie bij voorgereg, bij hoofgereg en bij nagereg’.

 

2 Reacties

  1. Marijke:
    15 september 2015
    Dus jullie kunnen je baaibroek [ zwembroek] niet aan om de oceaan in te duiken. Je zou je boeglam skrik als je dat dee en dronkslaan [ verbijsterd] wees..
    Pas op vir die jaagklokval [ snelheidscontrole], kry nie een papwiel [ lekke band] nie, geniet van die oogtreffers [blikvangers] en peuselhappies [ borrelhapjes] en ook nie stokflou[ doodmoe] nie worde.
    Nu, ek stop met die slimstoriespraat,
    nog een paar mooie dagen!
  2. Reggy:
    7 oktober 2015
    Om maar 's wat te zeggen........
    .