(351) SAM69+: ‘Tenerife, tijdje terug’ (8)

2 december 2015 - El Sauzal, Spanje

Woensdag 2 december 2015

Strelizia, stilte

Goede Vrijdag brengt opnieuw stralend weer. We willen naar El Sauzal. Aan het eind van de heilige week - Semana Santa - rijdt chauffeur ‘San Pedro’ via Autopista del Norte - 120 kilometer per uur toegestaan - langs San Nicolas en Santa Ursula in de richting van heilig kruis Santa Cruz. We krijgen het niet opgespeld, passeren de kruispoort - Puerto de la Cruz - en dalen voorbij La Victoria (eerbetoon aan de voormalige ‘crack’ van de Hilversumse HC&FC) neer in de stilte van El Sauzal.

Onderweg draagt de Pico de Teide nog een witwollig petje, bij aankomst heeft hij dat afgeblazen, hervormd tot wolk grijze sigarenrook. In El Sauzal huist Miradora de La Garanona, een weelderig begroeid parkje vol plantensoorten. De tuin hangt op een rand, zo’n driehonderd meter recht boven zee die nu nog in ruste is, al lijkt zijn schuimwitte rand in de diepte verandering aan te kondigen.

Ik nestel mij op een rondstenen bank, om een yuca heen gedrapeerd, naast een door Erna aangewezen strelizia die zijn oranje blaadjes omhoog en een groene scherpe bladpunt van mij af priemt. Tot mijn geluk, want de messcherpe pijl kan met gemak een hart doorboren. De kleurrijke huisjes van El Sauzal hebben een fantastische view over de oceaan. Op een bordje lees ik ‘Se vende’, ik noteer het telefoonnummer.

“Geintje”, plaag ik Erna een poquito. “Ik ga heus niet bellen, hoor”.

Vandaag heeft bellen trouwens geen zin, het lijkt voor de eilandbewoners een vrije dag, zo stil is het. Dat blijkt bij navraag ook voor de meesten, die op Tweede Paasdag wel werken, dag die op Spanje’s vasteland weer als feestdag geldt. Met name in Barcelona, wordt hier met nadruk gemeld. El Sauzal - pueblo en flor - is een stadje in bloei. Kwart voor elven, zalige rust. Het is hier plant- en bloemrijk, wij voelen ons alleen op de wereld. Allemachtig machtig hoog en droog.

Onderweg valt op dat meerdere joggers en wielrenners zich over het asfalt langs de kust voortspoeden. Geef mij ons duingebied met oerossen maar, om je lijf af te beulen. Hier op de snelweg lijkt uitstoot uit het achterste van heilige koeien minder gezond. Er rijden er nogal wat. Iedere Spanjaard neemt de auto, blik raast in overvloed langs, brandstof is stukken goedkoper dan bij ons, zowat de helft. Spelregels zijn ook anders. Snijden is onderdeel van het voortracen, dat moet je niet al te nauw nemen. Het viel mij eerder op: ons eigen land is overbeveiligd. Hier val je - geen afscheidingshekje te zien - makkelijk in welke diepe kloof dan ook. Of je nu in een grillige barranco vertoeft, of over gecultiveerde pleintjes of boulevards loopt, waar her en der flinke gaten of zelfs spelonken valkuilen kunnen zijn.

Het witte kerkje van San Pedro - de apostel - staat vredig aan zijn pleintje met begroeiing. Stenen bankjes bieden een mooi panorama van de oceaan en de naar boven priemende Teide, dit keer met een hangsnor. Binnen in het heiligdom aanbidden gelovigen mijn naamgenoot in serene stilte.

(wordt vervolgd)