(446) SAM70+, over fietsspoor langs een autodidact (2)

6 maart 2016 - Workum, Nederland

Zondag 6 maart 2016

Paling peuren en geruimde, gebroken grafstenen

Ik vervolg mijn fietsroute via de Trekwei langs het water en steek bij het tankstation de weg over naar de Breewarsdyk. Aan de overkant van het water staat het ouderlijk huis van Jopie. Later, als Jopie uit Herbayum naar Workum terugkeert, wordt dit huis aan de ‘lelpôle’ zijn woning en atelier. Hij zal daar tot aan zijn dood blijven wonen, op steenworp van zijn geliefde, in 1880 drooggelegde Workumermeer. 

(Lelpôle is Fries voor palingerf. Lel staat voor paling, pôle voor een hoger gelegen stukje grond).

Langs het huis van Jopie aan de Breewarsdyk fiets ik op de plek van de schets, die hij in 1959 van zijn woning maakt. Het water aan de rechterkant was zijn visstek. Zijn liefde voor het vissen - bij voorkeur op paling - drukt Jopie uit in tekeningen van vissers bij nacht. Er werd ’s nachts gevist, omdat de vangstmethoden niet allemaal het daglicht konden verdagen. Na het legen van de fuiken kon het palingroken beginnen. Dat is te zien op het schilderij uit 1989 met titel ‘Zelfportret als palingpeurder’.

Paling peuren wil zeggen: vissen met een kluwen regenwormen die aan een touwtje zijn geregen. Dus zonder haak! Aan een stokje hang je de kluwen in het water, vlak over de lage rand van je bootje. Dan beweeg je de kluwen voorzichtig op en neer om te voelen of een paling eraan zuigt. Zodra hij zich aan de wormen vastzuigt, wordt de paling op gevoel met een snelle beweging over de rand in de boot ‘gewipt’.

Na tweehonderd meter ‘duik’ ik de drooggelegde Workumermeer in. Hier zijn zonder enige twijfel veel van de kleine tekeningen en schilderijtjes van gras, bloemetjes en andere ‘onbeduidendheden van de schepping’ tot stand gekomen. Jopie zei altijd dat hij de grond van dit land wel kon ‘vreten’. Zijn kleine tekeningen bewijzen dat.

Het museum laat ook andere tekeningen zien, met name uit het voorjaar, als het veld rondom eerst geel van de paardebloemen en daarna rood door de zuring kleurt. In groten getale brengen kieviten, grutto’s, eenden, meerkoeten en futen hier hun jongen groot. Het landschap is in de herfst het domein van duizenden wegtrekkende ganzen, die op de landerijen foerageren.

De Breewaarsdyk is genoemd naar het voormalige eilandje Breewar, dat halverwege de betonweg aan de rechterkant uit de polder oprijst. Tot 1880 is de Workumermeer nog water en worden vanaf het eiland Breewar zeilwedstrijden gehouden. In de polder fiets ik ruim twee meter onder de zeespiegel. Een deel van die diepte is ontstaan door het noeste turfstekerswerk van Jopie’s vader Lytse Ypke. De toegang tot het eiland is met geruimde, gebroken grafstenen van het kerkhof verhard. Dit zegt iets over de vergankelijkheid, die ongemerkt als rode draad door het leven en vooral door het werk van Jopie Huisman loopt.

Wanneer ik vervolgens een keer naar rechts en een keer met de bocht mee naar links koers, kom ik op een driesprong die me weer uit de polder omhoog leidt.

(wordt vervolgd)