(450) SAM70+, over het kloppend hart van Europa

10 maart 2016 - Brussel, België

Donderdag 10 maart 2016

Goedkoop glas uit glorietijd

Brussel is geen stad van liefde op het eerste gezicht. Zelfs een rondleiding door het Europees Parlement - enige tijd geleden - helpt mij niet over de drempel. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is in de stad veel lelijks gebouwd. Met de beste bedoelingen, daar niet van, want het stadsbestuur wilde Brussel met moderne architectuur terugbrengen naar de top van Europa’s creatieve steden. Dat plan mislukt, zoals pogingen van Anderlecht evenmin kans maken om bij Barcelona, (Real) Madrid, Paris (St. Germain) of (Bayern) München aan te haken.

Rond 1900 is Brussel het centrum van Europa. Architectuur, literatuur, muziek en beeldende kunst doen de gevestigde orde op zijn grondvesten schudden. In een zoektocht naar herinneringen aan dit ‘Fin de Siècle’ voel ik de ziel van deze stad. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit ooit het hart van Europa was. Dat het rommelige Brouckèreplein zich kon meten met Piccadilly Circus in Londen of Times Square in New York. Toch staan hier in die tijd theaters zij aan zij, geflankeerd door luxe hotels bestemd voor de beau monde.

Van die hotels is alleen ‘Hotel Métropole' uit 1894 nog over. Fraaie blikvangers als lobby, zalen en ijzeren lift (van de makers van de Eiffeltoren) zijn bewaard gebleven. In ‘Café Métropole' zoek ik in weelderig decor een tafel en bestel bij de in stijlvol kostuum gestoken ober een goedkoop glas Faro-bier. Alsof ik een eeuw terug in de tijd vertoef.

Het Fin de Siècle is de glorietijd van Brussel. De stad bruist van energie, een explosie van creativiteit doet zich voor. Architect Victor Horta bouwt schitterende panden, zoals Hotel Tassel, Autriquehuis, Volkshuis (afgebroken), warenhuis Innovation (afgebroken), warenhuis Waucquez (het huidige stripmuseum) en de basis voor het Paleis van Schone Kunsten op de Kunstberg.

Misschien zijn Horta’s gebouwen - en die van collega’s als Paul Hankar - nog steeds het kenmerkendst voor Brussel. Zwierige vormen, golvende lijnen, staal en glas, serres, lichtkoepels en erkers zijn alom in de stad aanwezig. Nu eens groots en uitbundig, zoals bij het stripmuseum, dan weer ingetogen en verrassend, zoals bij de etalage van antiekwinkeltje Marjolaine aan Rue de la Madelaine.

In het spoor van het Fin de Siècle loop ik over Grand Place, een van de mooiste pleinen ter wereld. Ik dwaal door smalle straatjes met in spelonken verstopte kroegjes. Uiteindelijk beland ik in de Koninklijke en Sint-Hubertusgalerijen, herinnering aan de art nouveau, gebouwd in 1846, voorbeeld van elegantie. Hoge gevels, groot glazen plafond en stijlvolle façades van de poorten scheiden de galerijen van elkaar. Bovendien is het historische grond. Hier hielden de broers Lumière hun eerste filmvoorstelling. Hier is de praline uitgevonden. Hier kocht dichter Paul Verlaine - ‘Pistolen Paultje?!’ - het pistool, waarmee hij zijn collega en geliefde Arthur Rimbaud verwondde.

Ik meld mij opnieuw bij het Europees Parlement en vraag de portier naar d’n MP. 

“Brussel moet weer het centrum van Europa worden en Anderlecht Europese topclub!”.

“D’n MP?”, herhaalt de poortwachter.

“D’n Manneken Pis!”.

1 Reactie

  1. Marijke:
    10 maart 2016
    En dan zou je ook nog van het Jopie Huismanmuseum in Workum rechtstreeks naar een van de plusminus 80 musea in Brussel kunnen gaan. Of naar twee. Of zo. Bijv. naar Musea van de Schone Kunsten. Maar natuurlijk eerst je de weg laten wijzen naar d'n MP:-)