Kaap Verdië, brokjes steen in blauw sop (deel 7)

6 mei 2017 - Porto Novo, Kaapverdië

Overnachten in een prima hotel in havenstad Porto Novo was een waar genoegen. Het rustig gelegen zwembad bood verkoeling. Afstanden op het eiland zijn klein, dus konden we makkelijk mooie plekken opzoeken. De wegen zijn adembenemend en uitzichten fantastisch, vooral op de oude weg van Porto Novo naar Ponta do Sol. Over oude kasseien slingert deze langs steile bergwanden omhoog, over bergkammen, langs bananenplantages en door kleine dorpjes.

Santo Antão is het noordelijkste én westelijkste eiland van Kaapverdië. Tot aan Brazilië en het Caribisch gebied is er alleen Atlantische Oceaan. Het eiland telt 779 vierkante kilometer en heeft een centrale bergketen van het noordoosten naar het zuidwesten. De hoogste berg is de oude vulkaan Topo de Coroa (1979 m) in het westen. Omdat er momenteel geen vliegveld is, kun je het eiland alleen per veerboot vanuit Mindelo, hoofdstad van São Vicente, bereiken. Onderweg worden aan iedereen plastic zakjes uitgereikt, in de zeestraat tussen de twee eilanden wil nog weleens wat deining staan. En lang niet alle Kaapverdianen staan op zeebenen.

De ongeveer 44.000 inwoners van Santo Antão leven voornamelijk van de landbouw. Er is ook wat visserij. Verder worden grondstoffen voor cement gewonnen, vooral ten behoeve van de bouwsector op andere eilanden. Als Kaapverdianen over wat financiële middelen beschikken, bouwen ze hun huis voor zover die middelen dat toelaten. Onderweg zie je veel onafgebouwde onderkomens, wachtend op een vervolg van de bouw, zoals we dat in bijvoorbeeld Griekenland ook vaak zijn tegengekomen.

Onze vrije zaterdag brachten we ontspannen in en rond ons hotel door. ’s Avonds gingen we per busje met acht deelnemers naar een typische maaltijd bij een lokale familie, met traditionele live-muziek. Onze chauffeur reed ons in het pikkedonker westwaarts in de richting van Lajedos. De ontvangst was ten huize van Francisca, die haar huiskamer met een lange, gedekte tafel tot restaurant had gebombardeerd. Omgeven door tientallen familiefoto’s en langs de muur uitgestald buffet mochten we plaatsnemen. De flessen gingen van hand tot hand, met frisdrank en wijn, en voor de liefhebbers de keuze uit soorten grogue, de een sterker dan de ander.

Het werd een weergaloos gezellig feestje. Het eten smaakte voortreffelijk. De Kaapverdische keuken is eenvoudig, maar smakelijk. Met lokale ingrediënten die voorhanden zijn, heeft de gastvrouw een voedzame maaltijd bereid. Pièce de résistance is natuurlijk het eenpansgerecht cachupa, dat overduidelijk bij iedereen in de smaak viel. Zelfs zo zeer dat er niets van overbleef, waar voor Kaapverdianen de gewoonte bestaat om resterende cachupa voor het ontbijt van de volgende dag te bewaren.

Onze laatste verblijfsdag op het eiland bracht ons in een tour bij daglicht opnieuw langs een deel van de avondlijke trip naar Lajedos. Op zondag is de kaasfabriek gesloten, dus sloegen we een bezoek over. Wel bekeken we de ‘Cement Factory’, passeerden Chã Morte en gebruikten de lunch in Punta do Alto Mira, direct aan de kust gelegen. Het merendeel van onze groep van acht, waaronder wij, greep de kans om een duik in het blauwe zilt van de oceaan te nemen.

2 Reacties

  1. Marijke:
    6 mei 2017
    Kaapverdische superlatieven waar het jullie uitzicht betrof en de gezelligheid van eten met z'n achten bij een lokale familie: zou bijna gaan boeken!
  2. Marijke:
    6 mei 2017
    Inderdaad, je zou alleen al vertrekken vanwege dat eeuwig durende Nederlandse herfstweer...op tv zeiden ze dat het vandaag een prachtige dag was. Achter glas leek het wat, met wind tegen kreeg ik de bibbers. Met wind mee leek het weer wat. Gelukkig valt er dus wat te zeuren, is immers hèt kenmerk van ons Hollanders?
    Toch, leve KV!