Kaketoes, kangoeroes en krokodillen

6 november 2019 - Cooinda, Australië

Aboriginees hebben steenformaties, rivierenloop, moerassen en donkere bossen altijd als hun bijzondere wereld beschouwd. Erfenis van de ‘Droomtijd’. Bijna anderhalve eeuw geleden beginnen (import-)Australiërs nationale parken op te richten, eigenlijk nog vóór zij het enorme continent helemaal hebben verkend. Ze beginnen te beseffen dat het de nodige inspanning vergt om de natuurwonderen te beschermen. De grootsheid van het landschap is nu in niet minder dan vijfhonderd nationale parken terug te vinden.

UNESCO heeft een tiental parken daarvan op zijn werelderfgoedlijst geplaatst. Daar zijn onder meer Great Barrier Reef met zijn koralen, Nationaal Park Wet Tropics en Daintree in het noorden van Queensland en het Nationaal Park van West-Tasmanië voorbeelden van, die wij in het verleden bezochten. Nationaal Park Kakadu met zijn flora en fauna vraagt in onze Walkabout-reis van 2019 om aandacht, gevolgd door Litchfield NP, dat niet op de erfgoedlijst voorkomt.

Soms wordt wel eens gezegd dat je in de Australische outback verder kunt gaan en minder ziet dan waar ook ter wereld. De Aboriginals geven hun ‘wildernis’ niet graag op, ook niet wanneer in het noordwesten de woestijn de tropische moesson ontmoet. Die moesson doorweekt de noordelijke kuststrook, waardoor kreken tot wildwaterstromen worden en groene uitlopers tot diep in het rode binnenland ontstaan. Wij exploreren die outback in het zogeheten ‘droge seizoen’. Toch komen wij met regelmaat door een surrealistisch landschap. Korte baobabbomen, droge rivierbeddingen, af en toe vegetatie van acacia’s en eucalyptussen en met een beetje geluk levende fossielen als de varenpalm.

Kaketoes en kangoeroes zijn ons na enkele visites niet onbekend meer. Australië is immers het land van deze dieren. Neem die grote rode spring-in-het-veld die ik met friend Frank op de mountainbike zal tegenkomen. In gracieuze sprongen van bijkant tien meter lengte sprint zo’n uitslover voor onze neus ervandoor, in staat om een snelheid van 65 kilometer per uur te ontwikkelen. Ik kan de lezer verzekeren: op de mountainbike is in rechte lijn een berg af met vijftig kilometer per uur al levensgevaarlijk.

Over levensgevaar gesproken. Hapgrage krokodillen zijn ons eveneens bekend, maar dan van het Afrikaanse continent. Voor het eerst komen wij deze grootste levende reptielen ter wereld down under tegen. In onze herinnering zien we nog de qua grootte vergelijkbare reuzenvaraan voor ogen, die in het groen lag te dutten en ervandoor ging toen wij zijn siësta verstoorden door - indertijd - onze camper naast hem te parkeren. Dan zien we toch liever de gevederde betovering van een zwerm papegaaien die siësta houdt, in een boom die aldus in volle bloei lijkt te staan. Het bijzondere aan kaketoes is dat paartjes elkaar uit duizenden herkennen. Zij onderhouden hun banden, net als grasparkieten, door elkaar wederzijds te verzorgen. Kom daar eens om bij de lachende kookaburra, het grootste lid van de ijsvogelfamilie. Op deze wettelijk beschermde vogel kom ik later terug.

Wij gaan eerst bootje varen met een ‘Yellow Waters Cruise’, van negen tot elf in de ochtend. Niet het allergunstigste moment van de dag om de fauna te ontmoeten. Daar moet je veel vroeger voor opstaan. Niettemin lopen we een redelijke kans om in de omringende flora naast vogels van diverse pluimage ook het bijna tweehonderd miljoen jaar bestaande, onveranderde vriendje met geschubde huid en forse kaken tegen te komen. Ter wereld leven er twintig soorten, in Australië kent men er twee: de zoetwaterkrokodil (Crocodylus johnstonii) en de zoutwater-uitvoering (Crocodylus porosus). 

Freshwater crocodiles leven in rivieren met zoet water, kreken en poeltjes, uitsluitend in Australië. Zij zijn tamelijk verlegen (shy) en worden pas agressief wanneer ze worden gestoord. Saltwater crocs komen ook voor in India, Zuidoost Azië en Papoea Nieuw Guinea. Ze worden ‘salties’ genoemd. Deze soort is aggressief, komt in de kustwateren, maar ook in gorges, billabongs (waterpoelen) en toch ook in zoetwaterrivieren voor. Bekend is dat zij in Kakadu mensen hebben aangevallen en gedood. ‘Crocodile management zones’ worden niet voor niets intensief gemonitord. Borden waarschuwen met tekst en uitleg onder de noemer ‘Danger, Crocodile Safety’. Onderweg komen we deze om de haverklap tegen.

Wat wij trouwens vlakbij onze cabinsuite in Anbinik Kakadu Resort tegenkwamen, was het reusachtige ‘Mercure Kakadu Crocodile Hotel’. Hier wilden we bij aankomst de lunch gebruiken, maar troffen de keuken helaas gesloten. Vonden we onbegrijpelijk voor een bouwwerk in de vorm van een mega-krokodil, voorzien van meer dan honderd hotelkamers, diverse luxueuze faciliteiten en een enorme receptiehal. Toch was de receptioniste - een Duitse die hier al enkele maanden werkte - zo vriendelijk ons van een flesje vers water te voorzien en door te verwijzen naar ‘Foodland', waar wij wat etenswaren konden inslaan. Croissantjes, camembert, broodjes, bananen en cola, tezamen een smakelijke hap. 

Alvorens we daarna onze reis in de richting van Cooinda en langs de crocs vervolgden, sliepen we bijna het klokje rond. Nee, niet volgevreten, evenmin opgegeten.

1 Reactie

  1. Marijke:
    6 november 2019
    'Papegaaienbloesems' of 'kaketoebloesems' moeten een wonderschone aanblik gegeven hebben, hoewel je de 'halsbandparkietbloesems' (in onze tuin) ook niet moet uitvlakken. Echter, geen vergelijk...
    De krokodillen tieren welig in de yellow waters? Maar minder bloesemachtig zeker?

Jouw reactie