Lokroep van de ‘Smaragden Gordel’ (deel 5)

11 juli 2017 - Yogyakarta, Indonesië

Hoeveel superlatieven kunnen wij aan het grootste boeddhistische heiligdom ter wereld ‘Borobudur’ toevoegen, na ons bezoek aan deze toeristische trekpleister op veertig kilometer ten noordwesten van Yogyakarta. Het spectaculaire monument ligt bij de Merapi, de actiefste vulkaan van Indonesië. De bouw kwam tussen 750 en 825 na Chr. tot stand tijdens de regering van Boeddhistische vorsten. De kosten van de constructie moeten gigantisch zijn geweest en de schatkist volledig hebben uitgeput. Uit rivierbeddingen in de omgeving werd zo’n 55.000 kubieke meter steen gehaald, op maat gehouwen en naar de bouwplaats gebracht. Zonder specie te gebruiken is de tempel toen opgebouwd.

De naam Borobudur stamt mogelijk uit het Sanskriet, vrij vertaald ‘Boeddhistische tempel op de berg’. Volgens Javaanse overlevering heette de architect Gunadharma. Na vulkanische uitbarstingen lag de tempel een aantal eeuwen onder een dikke laag vulkanische as en was met jungle overgroeid. Bij een inspectiereis in 1814 hoorde de Britse gouverneur Raffles van de plaatselijke bevolking verhalen over een groot monument diep in het bos. Hij stuurde een Hollandse ingenieur - Cornelius - op onderzoek uit. Die verwijderde met tweehonderd man in twee maanden een laag aarde, waarna het monument deels tevoorschijn kwam.

Van 1907 tot 1911 vond de eerste restauratie plaats. De Borobudur was over een natuurlijke heuvel gebouwd, waarvan de aarde met regenwater wegspoelde, waardoor het bouwwerk dreigde in te storten. Een structurele oplossing bleek kostbaar. Pas tussen 1975 en 1982 is het complex met gelden van de UNESCO geheel ontmanteld en werd de afwatering geregeld. Daarna is de tempel steen voor steen weer opgebouwd. In 1985 hebben tegenstanders van toenmalig president Soeharto een bomaanslag op de tempel gepleegd. De schade werd snel hersteld. Ultieme bekroning kwam in 1991, toen de Borobudur op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO is geplaatst.

De Borobudur is opgebouwd als een grote stoepa rond een heuvel van 35 meter hoogte. De tempel rust op een vierkante basis van 123 bij 123 meter. Opvallend is de symmetrie. De vorm is een Boeddhistische mandala, de symbolische weergave van de kosmos, waarbij de basis de wereld voorstelt en de top de hemel, het nirwana. De stoepa heeft negen etages, de onderste zes zijn vierkant, de bovenste drie rond. Op de bovenste etages bevinden zich 72 kleine stoepa’s, die rondom één grote centrale stoepa zijn gebouwd. 

De kleine stoepa’s vertegenwoordigen van onder naar boven de weg die een Boeddhist moet afleggen om uiteindelijk in het nirwana te worden opgenomen. De open gaten in de onderste stoepa’s staan op hun punt (de weg is nog onzeker) en in de bovenste stoepa’s vlak, horizontaal (de weg is duidelijk, het geloof stevig).   

’s Ochtends dient de Borobudur als gebedsoord. Een pelgrim loopt iedere etage zeven maal rond met de klok mee. In de stoepa’s bevinden zich Boeddha-beelden. Wie door de gaten in de stoepa’s de beelden kan aanraken, ontvangt volgens het lokale bijgeloof - niet volgens het Boeddhisme - het eeuwige geluk.

Ik ga een poging ondernemen om het bouwwerk te beklimmen. Voor eeuwig geluk of als spirituele stappen op weg naar verlichting?

(wordt vervolgd)