Mooie stad aan het water: Dordrecht (4)

27 mei 2019 - Dordrecht, Nederland

Via het cricket en voetbal van Cees Buddingh’ kom ik als voetballiefhebber vanzelf op de mij uit mijn jonge jaren nog bekende Dordrechtsche Football Club. DFC is met zijn oprichtingsjaar 1883 de op vier jaar na oudste voetbalvereniging van Nederland, ontstaan uit de Dordrechtsche Cricket Club. De cricketters beschikten voor hun sport over een ongeschikt veld en begonnen uit verveling te voetballen. Hun DFC vond aan de Markettenweg een nieuwe thuisbasis, waar het knusse terrein in 1911 en 1912 als decor diende voor de enige twee interlands ooit op Dordtse bodem gespeeld. Niet minder dan tienduizend toeschouwers zagen Nederland toen tweemaal van België winnen (3-1 en 4-3).

In 1911 is ook de Dordtsche Voetbalbond opgericht, noodzakelijk omdat in 1908 al een tweede club tot stand was gekomen - DMC - en drie jaar later Emma en ODS volgden. De meest vooraanstaande rol bleef voor DFC weggelegd. De club stond vier keer in de KNVB-bekerfinale, die twee keer is gewonnen. In 1948 nam DFC voor dertienduizend toeschouwers afscheid van de Markettenweg met een glorieuze overwinning van 4-1 op Feyenoord. In 1954 waagden de DFC-amateurs net als later EBOH en Emma de overstap naar het (semi-)betaalde voetbal. DFC keerde in 1973 terug naar de rijen der amateurs, waarna FC Dordrecht de betaald-voetballicentie overnam.

Mij staat het ‘Kanon van Dordrecht’, mijn bijna leeftijdsgenoot Jan Klijnjan (geb. 1945) nog voor ogen. Zijn bijnaam dankte hij aan zijn snoeiharde afstandsschoten die keepers met grote angst op zich zagen afkomen. Klijnjan kwam uit de toen befaamde jeugdafdeling van DFC voort, waaruit later ook spelers als Michel Valke en René van der Gijp zich aandienden. In 1967 was Jan Klijnjan de eerste speler uit de eerste divisie die het Oranjeshirt van het Nederlands elftal mocht dragen. De befaamde bondscoach George Kessler onderkende het grote talent van de Dordtenaar. Oudgedienden onder de kenners beweren nu nog dat Klijnjan op Cruijff na de meest begenadigde voetballer op de Nederlandse velden was. Daarbij gaan ze in mijn ogen voorbij aan Limburger Willy Dullens, die zijn loopbaan door een ernstige blessure in de kiem gesmoord zag. Jan Klijnjan sloot zijn carrière af via het Rotterdamse Sparta en het Franse Sochaux, waar hij tot ‘Frans voetballer van het jaar’ werd uitgeroepen.

Genoeg over voetbal, zal de cultuurliefhebber mij luide toeroepen. Maar ik kan in dit verband niet om de legendarische Dordtse familie Van der Gijp heen. In de jaren 1950 speelden de broers Janus, Freek, Wim, Cor en neef Jur gelijktijdig in de voorhoede van Emma. Van deze volksjongens waren Freek en Jur te oud voor een overstap naar een topclub. Wim, Janus en Cor maakten die stap wel. Wim naar Sparta, waarmee hij in 1959 landskampioen werd. Janus ging naar DHS en Cor naar Feyenoord, waar hij in de Kuip furore maakte en tweemaal landskampioen werd. Zowel Wim als Cor werden international.

Wim van der Gijp was de vader van René, die zijn voetbaltalent met een zwierige levensstijl combineerde. Daar wil ik verder niet over uitweiden.

(wordt vervolgd)