Sint Pieter en het Monnikenpad

12 november 2014 - Egmond-Binnen, Nederland

Sinds kort ben ik aan de wandel. ’s Zomers fiets ik veel, liefst lange afstanden, in herfst en winter tweewiel ik beduidend minder. Blaadjes op mijn pad en hemelwater vind ik niks, modder en roest staan mij tegen. Waar beweging in enige regelmaat gezond voor het lijf is – zie de weegschaal –, probeer ik om-de-dag een rondje te voet af te leggen. Joggen heeft mijn voorkeur, maar helaas protesteren mijn knie- en enkelgewrichten en ook de hamstring tekent snel bezwaar aan. Wandelen dus, de nieuwe taak, een veelbelovend avontuur.

Dat veelbelovende gaat er rap af, wanneer je de tochtjes tot de bebouwde kom beperkt. Voorlopig kom ik niet veel verder, want wat stamp ik nou in een uurtje onder mijn voeten door? Vijf tot zes kilometer, meer zal het niet zijn. Toch krijg ik, ondanks ingebakken tegenzin, een toefje van Nijmeegse smaak te pakken. Daar zijn een paar weekjes voor nodig. Nu het najaarsweer meezit - dat doet het volop -, taal ik niet meer naar mijn fiets, maar boor ik een wandelroute in de omgeving aan.

De dag van gisteren was de elfde van de elfde van dit jaar. Sint Maarten 2014. Door het mooie weer krijg ik het ‘op m’n heupen’. Stralend zonnetje, lekkere frisse buitenlucht, een weinig wind. Kortom, ik ga op ontdekkingsreis. Nooit geweten dat zo dichtbij een tocht langs zulke historische plekken door oude polders en jonge duinen bestaat. Onder de titel ‘Monnikenpad’ reis ik door de geschiedenis van de Egmonden. Dat wil zeggen, als ik de volledige trip afleg, op dit moment nog een beetje teveel van het goede. De aaneengesloten route van de monniken behelst liefst 21 kilometer. Ja zeg, ik ben mijn broer niet! Hij is geen monnik, maar loopt wel afstanden die de orde van het Monnikenpad omvatten. De orde van lengte, bedoel ik. Voor een kilometertje of twintig haalt hij zijn neus niet op en vult hij zijn dagelijkse voetsporen in een Spaanse kring. Nee, niet in de buurt van Compostella. Hij is net als ik geen pelgrim.

Voor zover mij bekend bestaat het ‘Monnikenpad’ in onze contreien uit een drietal uitgestippelde wandelingen. Ik zei al dat het de omgeving van de Egmonden betreft. Rond Egmond-Binnen voert het pad over 8,5 kilometer, rond Egmond aan de Hoef 9 kilometer en rond Egmond aan Zee 7,5 kilometer. Voorwaar nog altijd net eventjes te ver voor mijn onvoldoende geoefende voetzolen, dit Binder-, Hoever- en Derperpad, zoals het trio bij elkaar heet.

Als ik lopend de deur uit ga, heb ik geen plan in mijn hoofd. Ik loop om de hoek de kloostertuin van ‘Onze Lieve Vrouw ter Nood’ door, langs het putje met gewijd water en begeef mij een paar honderd meter parallel aan de spoorlijn Alkmaar-Amsterdam v.v. over de Groeneweg naar de Vennewatersweg. Bij het zien van de Abdij van Egmond in de verte denk ik, weet je wat, ik koers naar Egmond-Binnen. Niet om het Abdijmuseum te bezoeken, noch om een kaarsje in het klooster, dat een kloosterhof ontbeert, aan te steken. Oorspronkelijk een vrouwenklooster, maar al meer dan duizend jaar een bolwerk van benedictijner monniken van de Sint-Pietersabdij in Gent. Het huidige bouwwerk is in de jaren 1935 tot 1950 gedeeltelijk over de fundamenten van de oude abdij tot stand gekomen. Ik – ‘Sint Pieter’ - stam ook uit die jaren (1946) en wandel als oud fundament het gemoedelijke Egmond-Binnen binnen.

In zowat drie kwartier heb ik de Abdij en zijn vlindertuin bereikt. In Egmond-Binnen zelf heb ik wel eens geboodschapt, wel eens een patatje verorberd, wel eens een biertje geslobberd. Het Egmonds abdijbiertje ‘Sancti Adalberti’, op ambachtelijke wijze gebrouwen met biologisch geteelde granen, lindebloesem en water uit de Adelbertusbron. Ongepastoriseerd, ongefilterd, ongelooflijk! Het ‘Wapen van Egmond-Binnen’ schreeuwde ons ooit naar binnen om mosselen te komen eten. Dat is er volgens mij nooit van gekomen. Wel een feestavond in de gewapende feestzaal vol Heemskerks Centrum Winkeliers, ik herinner het me nog. Echte Westfriesen uit de buurt van Skagen skotelden ons een skitterend cabaretesk skouwspel voor, al konden we de sketch niet volgen.

Het hart van dit lieflijke, oude dorpje, op een strandwal gevestigd, het hoogste punt in het midden van de Abdijlaan, gaat op de fiets, laat staan vanuit de auto, gemakkelijk aan je gezichtsveld voorbij. Terwijl prachtige linden – zo ontdek ik te voet – je zó naar een plaatselijk kerkje leiden. Ik hobbel de Kloosterweg op en waar deze een buiging naar links maakt, loop ik op kleurrijke aanwijzingen rechtdoor over het grasveld. Tja, wat nu, terug of voort? Een ding is zeker, met een uurtje zal ik niet thuis zijn. Hoeveel meer ik in voortgaande koers aan de wandel geraak, weet ik niet. Dat zal in totaal best eens in een uurtje of twee, misschien meer, kunnen uitmonden.

Ik klim over het overstapje en bevind mij op het jaagpad langs de Egmonder binnenvaart. Waar ik mij verbeeld de enige ‘najaarsmonnik’ te zijn, kom ik plots langs een ‘Nordic monnik’, die met zijn wandelbroek op zijn schoenen gezakt het peil van het binnenwater op hoofdstedelijke hoogte poogt te brengen. Hij staat met zijn rug naar mij toe, ziet of hoort mij niet, hetgeen mij verleidt tot de waterkanttekening “Moet ook gebeuren, ik ken dat”. Gelukkig schrikt de man niet, anders was het Amsterdams Peil misschien naar nieuwe hoogten gevoerd. De bedding van deze vaart moet er al meer dan duizend jaar liggen. Hij volgt oude erosiegeulen uit de tijd dat de zee hier nog instroomde. Zoet en zout, blonde en gele rakkers, ik hoor het water klateren.

Over de strandvlakte tussen Egmond-Binnen op de westelijke en Heiloo op de middelste Kennemerstrandwal stap ik stoer voort. Strandwallenlandschap, besef ik, in de vroege middeleeuwen regelmatig door de zee overspoeld. De schelpen in de molshopen zijn het bewijs. Voor ander bewijsmateriaal moet ik oppassen. Koevolk, dat hier net heeft gegraasd, staat van afstand nieuwsgierig te staren. Malende kaken, geen geloei. Vrij baan voor de wandelaar, die alleen dampende vlaaien moet omzeilen. Geen zwellende zee om ze weg te spoelen.

Ik volg de Egmonder binnenvaart op de voet, langs beschuttende rietkragen en overpeins dat hij in bevroren staat vorstelijk te beschaatsen moet zijn. Ik kom na enige tijd vlak na de Nordic monnik, die mij ondertussen is gepasseerd, aan op de ‘Plek van Herinnering’ (‘Lieu de mémoire’). Van hier kijk ik over de strandvlakte uit: drie Egmonden in één opname, dorpen met samenhang. Na een stukje doorwandelen raak ik bij knooppunt Heiloo-er Zeeweg niet in de knoop. Integendeel. Ik zie de monnik-met-de-stokken de weg oversteken en voortprikkend uit mijn beeld verdwijnen. Voor mijzelf weet ik dat ik rechtsaf moet, in de richting van Heiloo, om binnen een redelijke tijdslimiet thuis te geraken. Dat lukt in exact twee uur. Hoeveel zal ik hebben afgelegd? Ik heb flink doorgestapt, ook tussen de vlaaien door. Mijn sokken en ondergoed zijn als gebruikelijk doorweekt van het abdijzweet. Het moet vermoedelijk elf, misschien wel twaalf kilometer zijn geweest. Stom, stom, stom, bedenk ik, ik heb mijn fototoestel vergeten mee te nemen. Nou ja, een volgend keer dan maar. Misschien keer ik de tochtlengte om en loop ik dan drie rondes in één parcours van 21 kilometer. Het is immers de moeite waard.

Een kwart eeuw geleden viel de ‘Muur’. Ik voltooide mijn eerste marathon – die van Berlijn 1989. Waarom zal ik op mijn oude dag niet een halve door Egmond kunnen bewandelen? Als ‘Sint Pieter’, de wandelende monnik uit de buurt van de Egmonden, genietend van het boeiende, cultuurhistorische Monnikenpad.  

Foto’s

2 Reacties

  1. Marijke:
    12 november 2014
    Zo zo Sint Pieter, met recht een monnikenkarwei, jouw wandeling, die je vanuit een schrijfvaardige geest met tikvaardige vingers op je blog plaatste. Ik zie de kilo's bij jou eraf vliegen tijdens het genieten van de nabije schone omgeving, hoewel die geelklaterende toevoeging de vaart waarschijnlijk niet schoner maakte...
  2. Hans Samuel:
    13 november 2014
    Als altijd weer met veel plezier je reisverhaal gelezen en dit keer méér dan dat. Egmond roept allerlei jeugdherinneringen op. Onlangs spraken wij daar nog over: Cinderella, het strand en een kuil met een ladder, de palingrokerij, etc.
    Gek bedenk ik me nu; wat toen een probleem was - voor mij niet hoor - is nu helemaal in: een kale kaaskop.

    Waar blijft de tijd?

    "Een kwart eeuw geleden viel de Muur."
    Ik verliet - iets minder dan een jaar later - Nederland.
    Jij rende met gemak een marathon (en méér dan één). Helaas heb ik ondanks mijn streven nooit een halve voltooid. Rennen mag ik nu niet meer. Dat is wandelen geworden.
    En nú: in mijn Spaanse dreven haal ik voor die halve (21 km) mijn neus niet op. Dus dat monnikenpad - bestaande uit het volgende trio: Binderpad, Hoeverpad en Derperpad - spreekt mij wel aan. De route heb ik al vast opgezocht: http://www.sanctiadalberti.nl/monnikenpad.html

    Als ex-geoloog heb ik ook mijn kennis over strandwallen weer wat opgefrist: http://www.geologievannederland.nl/landschap/landschappen/duinlandschap

    Zoals ik al zei: met veel plezier en méér dan dat. En tot slot
    Sint Pieter: beetje bij beetje en dan lukt dat wandelen wel. Zijn wij geen van beiden geen pelgrims, beperk de Nijmeegse smaak wel tot dat toefje. In 2014 werd de limiet op 46.00 marsgangers gesteld. Hoeveel zullen dat er in 2016 bij de speciale 100-ste editie niet zijn? Ik kan het mis hebben maar dat lijkt mij meer een gruweltocht. En jou kennende.