Stadswandeling door Haarlem (deel 2)

29 november 2014 - Haarlem, Nederland

Tussen 1899 en 1901 bouwt ene W. C. Metzelaar de Haarlemse koepelgevangenis. Hij baseert zich op het ontwerp van zijn vader. De familienaam past hij niet zelf in de praktijk toe, zijn initialen bevinden zich wel in het bouwwerk. In meervoud zelfs. In het gebouw circuleren ook niet minder dan vier gestapelde cellenringen met in totaal vierhonderd cellen. Het beruchte strafpaleis is nog volop in gebruik. Vader Johan Frederik Metzelaar realiseert twee andere gekoepelde gastverblijven. Dat van Arnhem en dat van Breda. Alle drie zitten deze monumenten in de portefeuille van de Rijksgebouwendienst. Ambtenaren waken dag en nacht, niet alleen met het oog op zakkenrollers.

“Ga direct naar de gevangenis, ga niet langs AF, je ontvangt geen tweeduizend euro”. Mijn broer Hans uit Spanje dicteert. Hij weet dat ik mij in de Spaarnestad vermaak en wenst een koepelfoto. Hij las ergens dat het Haarlemse logeeradres in 2016 zijn deuren sluit. Zou hij plaatjes van koepelgevangenissen sparen? Ik noem zijn virtuele album ‘In de BAH-bak’. Het zit vol afbeeldingen van onze nationale collectie verzamelplaatsen voor boeven en bedriegers. Alsof deze B&B’s te Breda, Arnhem en Haarlem van een kippa (keppeltje) of pileolus (kalotje) zijn voorzien.

Mijn broer is benieuwd naar de toekomstige functie van het Haarlemse resort. Hotel, zwembad of AZC? Helicopterfreak Henny van der Most zal zich onverwijld in de buurt van de Amsterdamse poort aan het Spaarne melden. Misschien wel per watervliegtuig. Als hij het pand maar niet in een ‘Oranje’-paleis transgendert.  Veertienhonderd muggen in één klap erbij is voor deze provinciehoofdstad teveel van de gekke. Wat wordt het, een arena voor stierengevechten? Hollandse landsaard en Haarlemse traditie leveren geen draagvlak, ben ik bang. De kans bestaat zelfs dat de Partij van de Dieren onder de muggen een sterke aanhang heeft en dus bezwaar aantekent. Ik maak van een mug geen olifant, schiet de koepel digitaal door zijn kop, berg mijn wapen in zijn hoesje en vervolg op het gemak mijn stadswandeling.

Het Spaarne verdeelt Haarlems binnenstad in tweeën. Aan de westkant ligt het grootste deel met onder meer karakteristieke winkelstraatjes als Warmoesstraat, Schagchelstraat en Kleine Houtstraat. Ik bevind mij aan de oostkant, in het deel dat ook wel Spaarnwouderbuurt wordt genoemd. Hier staat niet alleen die gevangenis, maar ook de enig overgebleven stadspoort van Haarlem – Spaarnwouder- of Amsterdamse Poort – en molen ‘de Adriaan’. De Amsterdamse Poort is in 1355 gebouwd. Het is er een van de twaalf die Haarlem in totaal heeft gekend. De achtkantige stellingmolen ‘de Adriaan’ stamt uit 1779. Hij is in 1932 in vlammen opgegaan en pas in 2001 herbouwd. Nu is het een museum. Bovendien kun je er je huwelijk laten voltrekken. Tic of tik van de molen, vraag ik mij af.

Haarlem kent verschillende molens. ‘De Eenhoorn’ is de oudste, in 1776 aan het Spaarne gebouwd en in 1927 door Vereniging De Hollandsche Molen opgekocht. Ook molen ‘de Hommel’ is een keer afgebrand, na een blikseminslag. Hij is in 1972 en in 1991 gerestaureerd. Molen ‘de Veer’ is een grondzeiler uit 2001. In 1859 ging de oorspronkelijke ‘Vijfhuizer Molen’ in de fik, maar hij werd in 1875 herbouwd. Molen ‘de Stoop’ ofwel ‘Schoterveense Molen’ is een wipmolen, waarschijnlijk in de 17e eeuw gebouwd. Hij heeft echter geen maalfunctie meer, want de polder is te klein voor hem.

Enkele bruggen verbinden oost en west over het Spaarne met elkaar. Ik ontdek twee monumentale draaibruggen, een ophaalbruggetje onder de naam ‘Gravestenenbrug’ en een moderne ophaalbrug – ‘Lange Brug’ – die in de volksmond de ‘Verfroller’ heet. Ik keer terug over het Spaarne, waar langs het water het Teylersmuseum en vlakbij de Waag en de  Haarlemse rechtbank zijn gevestigd. Haarlem is de zesde monumentenstad van Nederland. Niet voor niets is de historische binnenstad als beschermd stadsgezicht aangewezen. Hier staan immers vele monumenten, zoals op de centraal gelegen Grote Markt de dominante Grote of Sint Bavokerk en het rechthoekige Stadhuis met zijn kantelen en een toren. De ‘Hoofdwacht’ uit de 13e eeuw is een van de oudste monumenten, daarnaast staan Vlees- en Vishal zij aan zij met de Verweyhal, herensociëteit uit de 19e eeuw, op het grote plein.

Van de kerken in Haarlem zijn de Grote of Sint Bavo, tussen 1370 en 1520 gebouwd, en de katholieke basiliek Sint Bavo, in 1930 gebouwd, de bekendste twee. Door de heiligennaam ‘Bavo’ worden ze ook wel Oude en Nieuwe Baaf genoemd. In de Jansstraat staat de Janskerk, waar ik in het aangrenzende klooster tegen het Noord-Hollands Archief aan liep. Ik trad niet binnen, maar nu ik toch aan de wandel en op kerkbezoek ben, trekt de op een na oudste katholiek gebleven kerk mijn aandacht, de Groenmarktkerk. Hofjes, kerken, molens en markten zijn er in overdaad.

Plotsklaps sta ik op de Botermarkt en wandel de Barrevoetestraat in. Hier bevindt zich op nummer 7 het Sint Elisabeth’s of Gasthuishofje, in de volksmond ‘Hofje van Loo’ genoemd. Het is door Symon Pieterszoon van Loo en zijn vrouw Gooltje of Godelt Willems gesticht. In eerste aanleg was het ommuurd en toegankelijk door een poort met daarboven het wapen van het St. Elisabeth's Gasthuis. In 1885 is de Barrevoetestraat verbreed en zijn de huisjes aan de straatzijde afgebroken, waarmee de oude beslotenheid verdween. Het hofje is in 1963 gerestaureerd. Het wapen van de Heilige Elisabeth - drie kronen - moet op de waterpomp zijn terug te vinden. De toegang is echter op slot. Het hofje wordt door ‘Gasthuismeesters’ bestuurd als ware regenten, de directie van het ziekenhuis en sleutelbossen met zich mee voerend.

Ik keer in de Barrevoetestraat op mijn schreden terug, opnieuw naar de Botermarkt. Aan de linkerkant ligt het ‘Bruiningshofje’, dat niet meer voor iedereen toegankelijk is. Stichter Brunings bestemde het voor oude vrijsters en weduwen. Het bestaat uit een half dozijn woningen en behoort toe aan de Doopsgezinde Gemeente. Ik loop er bijna aan voorbij. De bewoners hebben een hek laten plaatsen om geen last te hebben van cafébezoekers, die een kleine boodschap komen doen. Dan moeten zij dat hekje natuurlijk wel op slot doen. Ik kan het hofje, dat de heer Brunings ofwel Bruinings aan het eind van de zestiende, begin zeventiende eeuw heeft gesticht, zo betreden. Geen loper nodig. Helaas zie ik geen oude vrijsters.

Van de Botermarkt ga ik naar de Tuchthuisstraat. Ik blijk in de ‘Vijfhoek’ te zijn. Weer tref ik een hofje: ‘Brouwershofje’, ook wel ‘Sint Maartenshofje’. Het is in 1457 door Huygen Roepertszoon en zijn zuster Katrijntje Huygensdochter gesticht. Zij droegen het aan de regenten van het Brouwersgilde over. In het hofje mochten alleen arme brouwersdienstmaagden komen te wonen. Het mocht nooit worden verkocht. De grote stadsbrand in 1576 verwoestte het, maar in 1586 herbouwden de brouwers het. Het jaartal staat op de ijzeren ankers.

Aan het eind van de Tuchthuisstraat steek ik de Breestraat schuin naar links over en ga de Lange Annastraat in. Op nummer 40 zie ik het ‘Hofje van Guurtje de Waal’. Dit is in 1616 door Guertie Jansdochter de Wael gesticht, de dochter van een rijke textielhandelaar. Guertie stichtte het hofje op het erf van haar huis en bedoelde het voor gereformeerde weduwen en - daar zijn ze weer - gereformeerde oude vrijsters. De eerste twaalf jaar bestuurde zij het hofje zelf. Haar achterneef Jan de Wael, burgemeester van Haarlem, was er regent. Hij liet het hofje van zes naar acht kamers vergroten. Ook liet hij een toegangspoort bouwen met het wapen van de familie De Wael erboven.

Aan het eind van de Lange Annastraat kom ik op het Nieuwe Kerksplein. Dat steek ik schuin over - stamp over de oude begraafplaats - en loop langs de voet van de kerk om de kerk heen. Deze protestantse kerk is op de plek van het voormalige Sint Annaklooster gebouwd. In 1581 verviel het klooster aan de stad Haarlem, als betaling voor geleden schade die tijdens het beleg van Haarlem was geleden. Tussen 1581 en 1649 werd de kerk ‘Raamkerk’ genoemd. Tussen 1613 en 1616 is onder leiding van stadsbouwmeester Lieven de Key in zijn kenmerkende Hollandse renaissance stijl tegen de middeleeuwse Sint Annakapel een stenen toren gebouwd. In 1645 werd de Sint Annakapel door een nieuwe kerk vervangen. De bouw onder leiding van bouwmeester Jacob van Campen duurde tot 1649. De toren van Lieven de Key bleef behouden. Omstreeks 1825 is de begraafplaats geruimd. Deze is volledig bestraat, vandaar dat ik er overheen kan stampen. Ik kijk op de kerktorenklok: bijna twaalf uur. Hoogste tijd voor een foto.

(Meer over stadswandeling door Haarlem? Zie ook delen 3 en 4. Kijk ook op http://www.petersamuel.blogspot.com!)

Foto’s

2 Reacties

  1. Marijke:
    29 november 2014
    Vele, vele schreden zal jouw H'lemse wandeling tellen! Scherpe foto's, maar een zonloze dag? C. woonde vlakbij de katholieke St Bavo, daar liggen ook onze schreden [niet gezien?:}] Jongste broer van C. woont aan het Spaarne, fraai ook daar. En in de Jansstraat is het kantongerecht, waar ik jaren geleden tot bewindvoerder van wijlen mijn mama werd benoemd...nou ja, zinloze aanvulling op jouw mooie relaas! O ja, in dat prachtige stadhuis zijn C. en ik getrouwd. Zoveel herinneringen aan die door jou doorkruiste stad!
  2. Hans Samuel:
    30 november 2014
    Ik herinnerde mij van Haarlem slechts de koepelgevangenis. Dankzij dit relaas - in woord en beeld - ben ik nu wat 'wijzer' geworden. Hofjes, kerken, molens en markten zijn er ook in Haarlem in echte Hollandse overdaad. Die overdaad wordt boeiend op 'eigen-wijze' beschreven en gelardeerd met fraaie plaatjes. Dit laatste ondanks de mist.

    Bovendien weet de schrijver je ook altijd weer met huiswerk op te zadelen. Want wie is Henny van der Most? Hier in Murcia een totaal onbekende man. En wat is een keppeltje? Om over een pileolus maar te zwijgen. En dat terwijl Spanje pas sedert 1978 geen confessionele (RK)-staat meer is. Uit deze laatste zin moge blijken dat ik ook dankzij dat huiswerk nog 'wijzer' ben geworden. Bijna 65 is nog niet te oud om te leren noch om te google'n. Zou haast zeggen 'wat leeft en groeit en ons altijd weer boeit' maar dat is toch wel wat achterhaald.

    'Last but not least' heb ik nog wat 'hot' nieuws over de toekomstige functie van het Haarlemse (koepel)resort.
    Een arena voor stierenvechten wordt het zeker niet.
    Henny weet dat zoiets zelfs in España geen toekomst meer heeft. Hij kiest voor een museum.
    Twijfelt slechts over het soort collectie.

    De Philippicollectie, meer dan 500 hoofddeksels uit geloof, religie en spiritualiteit, zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Philippicollectie#Fotogalerij
    Of valt de keus op de collectie van de - maar liefst 173 - hoeden van koningin Máxima, zie: http://www.modekoninginmaxima.nl/mode-maxima-accessoires/hoeden-koningin-maxima

    Noem het maar alle gekheid op een stokje.
    In 2016 zullen we het wel zien.