Ronda, Spanje

Het romantische decor van Ronda (1)

9 januari 2018 - Ronda, Spanje

Wie ooit naar Spanje reist, móet een bezoekje aan Ronda brengen. Dus leidt mijn reisgezellin mij (op herhaling) naar Ronda, waar ik lang geleden kortstondig voor het eerst kom. Haar droom is het paradijselijke plekje ook eens te bezoeken. De cursieve opdracht komt uit de pen van Ernest Hemingway, die de abrupte schoonheid van de Taag hoog heeft. Erna - initialen als de schrijver - dicteert zijn uitdaging, die tijden lang haar gedachten bezigt: Ooit-naar-Spanje, dan-naar-Ronda! Volgens de auteur - we komen hem op reis vaker tegen - vormen stadje en gebied eromheen een romantisch decor op een hoogvlakte in een kring van bergen. Een 170 meter diepe kloof doorsnijdt de vlakte en verdeelt Ronda in tweeën.

Het huidige uitzicht krijgt Ronda in de 16e en 17e eeuw. Het belangrijkste stadsgedeelte Madinat wordt dan ‘De Stad’ genoemd, de Hoge Wijk wordt Heilige Geest-wijk en de door vrijwel alle bewoners verlaten Lage Wijk krijgt de naam San Miguel-wijk. De 18e eeuw stelt de toekomst van Ronda veilig. Veeteelt, industrie en mijnbouw floreren. Bloeiende handel, vooral rond Gibraltar, en een bevolkingsexplosie leiden tot kerken en kunstwerken die symbolisch voor de stad zijn. De Nieuwe Brug is zo’n symbool.

In 1919 wordt in de stad de basis van het andalucisme gelegd, beweging die voor erkenning van de Andalusische identiteit ijvert. Wapenschild en groenwitte vlag van Andalusië worden ontworpen. Talrijke fabrieken en café’s vestigen zich in Ronda, er vindt wijnbouw plaats. Na de jaren 1950 en 1960 slinkt de actieve bevolking door emigratie zowat tot de helft, kunstambachten gaan teloor. Tegen het eind van de 20e eeuw bloeien gemeenschapsleven en economie weer op. Toeristen vinden de weg naar Ronda, waar zij een fraai geconserveerd natuurgebied van Andalusië ontdekken.

Het Spanjeplein met borstbeeld van politicus don Antonio de los Ríos Rosas (1808-1873) wordt in het begin van de 19e eeuw tussen de symbolische monumenten van Nieuwe Brug en Plaza de Toros gebouwd. De Nieuwe Brug is het meest representatief. Twee ontwerpen liggen eraan ten grondslag. Het eerste uit 1735, tijdens het bewind van Filips V, voorziet een boog van 35 meter diameter. Na acht maanden is het bouwwerk klaar, maar in 1741 stort het in. Vijftig mensen komen om het leven. 

De bouw wordt in 1751 hervat en ruim veertig jaar later, tijdens de meifeesten van 1793, voltooid. Het 98 meter hoge kunstwerk is uit bewerkte steen opgetrokken. De fundamenten rusten op de bodem van de kloof. Puento Nuevo bestaat uit drie delen. Het onderste is een ronde boog, waarop een centrale boog van negentig meter is gebouwd. Twee kleinere zijbogen ondersteunen de verdieping op straatniveau. Het middengedeelte bevat een ruimte van zestig vierkante meter. Hierin werden eerst gevaarlijke criminelen opgesloten, later heeft het andere doeleinden, onder meer tijdens het tweehonderdjarig bestaan van de brug. Tegenwoordig is het ‘Centro de Interpretación del Puento Nuevo’, huisvesting voor tolkenopleidingen.

Volgens legende is brugarchitect José Martin Aldehuela (80) na de bouw in de afgrond gestort. In werkelijkheid sterft hij in Malaga, waar hij is begraven.

(wordt vervolgd)

Foto’s

1 Reactie

  1. Marijke:
    9 januari 2018
    Wel! Je lijkt een compleet nieuwe reisgids te schrijven. Een hele week rondwandelen in Ronda lijkt te kort voor al hetgeen te bewonderen valt, inclusief het tot je nemen van de historie. Wat triest dat die brug instortte, waardoor vijftig mensen de dood vonden.

Jouw reactie