(124) SAM69+, over lyriek in het Afrikaans

19 april 2015 - Kaapstad, Zuid-Afrika

Zondag 19 april 2015

Boerblits en loopdop

Het duurt nog even voor wij in Zuid-Afrika op het Afrikaanse continent debuteren. Zulke reizen houden ons vooraf bezig, enerverend als het is om op stap te gaan. Mensentaal maakt het verschil. Als Jan van Riebeeck in 1652 op de Kaap een verversingspost sticht, bestaat ‘Nederlands’ daar niet als standaardtaal. De kolonisten spreken Zuid-Hollands dialect met Zeeuwse inslag. Waar weinig arbeiders en weinig vrouwen zijn, voeren zij slaven vanuit Madagaskar het land binnen. Van nageslacht verzekeren ze zich via nomadische Khoikhoi-vrouwen of via slavinnen.

De slaven moeten de taal van de VOC leren, vrouwen de taal van hun mannen. Hierdoor klinkt het oorspronkelijke Hollands zeer gebroken en verschilt het van de taal die kolonisten spreken. Andere Europese gelukzoekers importeren eveneens hun eigen taal. ‘Nederlands’ wint het dankzij het gezag en het kapitaal van de VOC. Tot ongeveer 1710 is ‘Afrikaans’ nog over een klein gebied verspreid. Als de VOC eind 18e eeuw bankroet gaat en de Engelsen komen, zijn tot 1960 Nederlands en Engels de officiële talen van de Unie van Zuid-Afrika.

Pas in 1961 wordt Nederlands uit de Grondwet van de Zuid-Afrikaanse republiek geschrapt. Nederlands en Afrikaans werden als synoniemen beschouwd. Tot 1900 is Afrikaans alleen spreek- en omgangstaal, daarna wordt het ook in kranten gehanteerd. Zelfs de Bijbel wordt er in vertaald en een Afrikaanse woordenlijst en spelling worden vastgelegd.

Hedendaagse bezoekers van Zuid-Afrika zien, lezen en horen veel minder van het Afrikaans. In het parlement wordt alleen Engels gesproken, op televisie zijn Afrikaanse programma’s zeldzaam en luchtvaartmaatschappij SAL (Suid-Afrikaanse Lugdiens) heeft het Afrikaans afgeschaft. Ik vind het jammer als die taal naar het niveau van streektaal afzakt. Het is van miljoenen Afrikanen toch de thuistaal, waarin zij lachen, janken, denken, spotten, verwensen, liefkozen en liefhebben.

Is de toekomst van underdog ‘Afrikaans’ onzeker? Hopelijk niet. Ik geniet in eigen land of bij onze zuiderburen volop van artistiek woordgebruik. Zie voze straatnamen als Poepershoek (Steenwijk), Pisbulten (Anderen, Drenthe), Pijp- en Wipstraat (Groningen), en in Vlaanderen Kutsegemstraat en Geilroedeweg (Kampenhout). Dan zijn Tingtangstraatje, hoek Koude Gat (Groningen) en Zakske en Bilske (Brugge) een stuk netter, hoewel … bij Rijswijk in Zuid-Holland bestaat Voor de Blanken.

Bij Nederlands erfgoed in de Zuid-Afrikaanse taal bestaat het roemruchte ‘Apartheid’. Wanneer wij daarheen gaan, treffen we mogelijk Nederlandse plaatsnamen als Amsterdam, Amersfoort, Utrecht, Middelburg, Ermelo aan. We voelen ons vast vertrouwd bij Allesverloren, Helpmekaar, Hoopstad, sprookjesdorp Genadendal. Ik oefen het exotische Afrikaanse idioom al. In mijn klinknaelbroek (spijkerbroek) met mijn handen onder mijn kieliebak (oksel). Erna reist met de moltrein (metro) naar haar werk, passeert een muzikant met pensklavier (accordeon), loopt langs een ontvangsdame (receptioniste) haar kantoor binnen. Ik maak een bedelry (liften) of pak mijn skopfiets (autoped), lik aan een stokkielekker (lolly) en ben niet bevreesd voor een boetebessie (vrouwelijke parkeerwachter). Ik hoef ook niet langs een vulstasie (benzinestation) te rijden.

Het Zuid-Afrikaanse openbare leven lijkt waarschijnlijk veranderd door het prestigieuze Engels. Toch blijft het ‘Afrikaans’ prachtige lyriek!

(NB. Boerblits = zelfgemaakte brandewijn; loopdop= afscheidsdrankje)

 

1 Reactie

  1. Marijke:
    19 april 2015
    En wat dacht je van 'aftrekplaas'? [ parkeerplek] .
    Toch niet te lang wachten met naar ZA gaan, want al die door jou zo mooi genoteerde dorps- en stadsnamen maken plaats voor 'zwartmensnamen'. Maar toe ons daar was, ons het seer geniet van Suid-Afrikaans!