(38) SAM69, over wandelen langs de Duinkant

23 januari 2015 - Bakkum- Noord, Nederland

Vrijdag 23 januari 2015

Nooitgedacht tramtracé

Met stevige tred loop ik opnieuw naar het Huis van Hilde, achter NS-station Castricum. Niet vanwege de oudheid – hoewel -, maar voor een herhaalde try-out om de complete HildesHuis-boekenleggerserie te bemachtigen. Een karige vrijwilligster hield de eerste keer de wacht. “Heeft u geen bon uit de krant?”. Nu staat een andere volunteer aan de balie, vrijgeviger. “Geef me de vijf”, verzin ik om mijn trouwe blogsupportster – boekenleggersverzamelaarster – blij te maken. Haar collectie groeit bijzonderder en bijzonderder. Vind ik.

Langs Castricums westrand wandel ik tevreden knorrend door wat voor de tweede wereldoorlog een idyllisch buurtje was. ‘Duinkant’ heette het, naam voor het huidige onderkomen van werkgroep Oud-Castricum. Anderhalve eeuw geleden legde men hier de spoorlijn aan. De Kramersweg, nu door de ijzeren baan van het dorp afgesneden, liep rechtdoor naar de dorpsstraat. Ik ben Hoeve Nooitgedacht, 99 jaar geleden gebouwd, dan al voorbij. Deze hoeve dankte haar naam aan het feit dat ze als enige in Duinkant voor de slopershamer van de bezetter gespaard is gebleven. De honderd haalt zij echter niet. Kortgeleden ging de boerderij als een stoomschip ten onder. ‘Sloper Spijker’, schrijft het billboard in schoonschrift.

Mijn route voert me over de Duinenboschweg in de richting van Bakkum-Noord. Tussen 1904 en 1909 is hier op afgezand duinterrein een groot provinciaal ‘krankzinnigengesticht’ gesticht. Duin en Bosch was het tweede na Meerenberg in Santpoort (1849). De opzet van Duin en Bosch was aan Duitse voorbeelden ontleend. Gebouwen in chaletstijl, waaronder zes grote paviljoens, drie voor vrouwelijke rustigen, half-onrustigen en onrustigen, drie voor mannen I, II en III. Die paviljoens waren naar het zuidoosten gekeerd. Niet omdat ze half-gelovigen huisvestten, maar om bij zonnig weer voor ‘openluchtverpleging’ de bedden op de veranda te kunnen rijden. Woningen voor personeel, kerkje, badhuis, begraafplaats en moestuinen maakten het geheel tot een bijna zelfverzorgend, apart dorpje. Nu constateer ik dat veel verdwijnt of al verdwenen is. Her en der bouwputten en grootschalige nieuwbouw, niet alleen voor patiënten, ook woningen voor particulieren. Ik laat het schelpenpad naar de voormalige begraafplaats aan mij voorbijgaan. Verleden tijd.

Wat ik niet weet, is dat Duin en Bosch zijn eigen trammetje had. Vanaf 1914 reed een afdankertje van de Amsterdamse gemeentetram op een lijntje dat na 1920 is geëlektrificeerd. Na 1938 kwam de bus ervoor in de plaats, eigenlijk heel jammer. In mijn verbeelding snuif ik de sfeer van dat nostalgische tramlijntje ter plaatse op. Een bordje met aanduiding ‘v.m. tramtracé’ wijst mij de weg over het voetpad, dat ervoor in de plaats is gekomen. In de buurt van wat eens het Oude Theehuys was, probeer ik mijn weg naar de Zeeweg te vinden. Haagscheweg, Baccummer Banroute, hoe heet al dit moois zo vlak bij mijn thuis. Zelfs toen ik hier met ‘leeftijdgenoten en ouder’ een paar jaar geleden op mijn gemak met mijn riksja (becak) rondfietste, ontdekte ik het niet allemaal. Wandelen is een tak van sport, die een mens de minder wordende ogen opent.

(Over die becakavonturen verhaal ik een andere keer).

 

 

Maak je reisblog advertentievrij
Ontdek de voordelen van Reislogger Plus.
reislogger.nl/upgrade

2 Reacties

  1. Hans Samuel:
    23 januari 2015
    Een mens is nooit te oud om te leren.
    Leuk dat je plezier in het wandelen begint te krijgen. Het mes snijdt aan twee kanten: het is gezond en - zoals je schrijft - opent het je de ogen. Daar bovenop komt dan ook nog eens je reisblog. Ter lehring ende vermaeck: ik geniet mee.

    Ik wandel vaak min of meer dezelfde route langs de Rio Segura. Nou ja, hier noemen ze dat een rivier. Meestal is het niet meer dan een klein waterstroompje. Die route heb ik zo langzamerhand wel gezien. Toch verveel ik me niet. Af en toe een babbeltje met een enkeling (niet overdrijven want dan wordt het een andere sport). Maar ook ben ik een vogelaar. Piet Zomerdijk beschreef dat als iemand die min of meer gestructureerd kijkt naar vogels in het open veld. Voor kijken gebruik je je ogen en - als ik je goed begrijp - denk jij dat díe in jouw geval minder worden. Dat nu geloof ik dus niet. Daarvan blijkt mij niets uit dit verhaal.

    Maar eerlijk gezegd, geloof ik evenmin dat jij een vogelaar zou kunnen zijn. Wie weet, vergis ik me: de kwaliteiten heb je er immers voor.
    Een mens is nooit te oud om te leren.
  2. Marijke:
    25 januari 2015
    Even een toevoeging: Meerenberg stond in feite niet in Santpoort, maar in Bloemendaal. Maar je begrijpt dat gemeente Bloemendaal het een afgang zou vinden voor de chique immage als daar een psychiatrische inrichting gehuisvest zou zijn en dus....dus noemde men het daar Santpoort. De snobs....